Sok en Sok
Marjolein Mattaar
Sok zat aan de ene voet. En Sok aan de andere. Als
ze handjes hadden gehad, hadden ze misschien naar elkaar gezwaaid, wanneer ze
elkaar passeerden aan de lopende voeten. Maar sokken hebben geen handjes. Ze
hebben niet eens ogen. Toch wisten ze wanneer ze elkaar passeerden en dan
riepen ze elkaar woordeloos toe: “Hallo!” “Daar ben ik weer!” “Ik ook!” Tot ze
het moe werden. Want ook een sok wordt wel eens moe.
Zo ook dit keer. Sok voelde Sok dichtbij, maar niet zo knus als in de la. De la….Sok hield van de la. De la betekende: dicht tegen Sok aan, samen op een rolletje, tot ze weer dienst hadden.
Maar eerst nog de wasmand, de wasmachine, de waslijn. Sok wist het wel, Sok was door de wol geverfd, Sok wist precies hoe het leven van een sok verliep. Dacht Sok.
Scherpe nagels, scherpe tanden grepen Sok. “Vreemd,” dacht Sok, “Deze handen hebben me nog nooit naar de wasmand gebracht.” Toen stopten Soks gedachten en werd ze ademloos snel meegevoerd, omhoog, omlaag, over de vloer gekeild en weer opgevist, tussen scherpe tanden meegenomen tot, eindelijk, de rust weerkeerde.
Sok voelde Sok niet meer dichtbij. Sok wachtte. “De wasmand,” zei Sok tegen zichzelf. “Dan de wasmachine. Water. Draaien. En dan de waslijn. En dan weer samen in de la.”
Het duurde wel erg lang dit keer, maar een sok heeft geen haast.
Sok intussen, voelde dat Sok verdwenen was. Maar al snel kwam de hand die hem naar de wasmand bracht. Sok wachtte. “Wasmachine, waslijn en dan de la.” Dacht Sok.
Sok lag alleen in de la. Dat gebeurde héél soms. Een was later kwam Sok er dan weer bij. Sok wachtte. Wel een beetje saai, zo alleen. De volgende lading was kwam. Sok niet.
Nu begon Sok zich wel een beetje zorgen te maken. Voor zover sokken zich zorgen maken, natuurlijk. Maar er klopte iets niet. Waar was Sok?
Sok lag ergens in een hoekje waar handen niet kwamen. Sok lag stof te verzamelen. Er liep een spin over haar heen, veel meer gebeurde er niet. “Niet dat er in de la nou zoveel gebeurde,” dacht Sok verveeld, “Maar daar was Sok er tenminste bij. Dat was toch gezelliger”
Weer scherpe tanden, kleiner dit keer en ook scherper. Sok voelde zich luchtiger worden, de tanden knaagden een gat in haar.Een stukje van Sok verdween in een muizennest en droomde verder muizendromen. Tot de muizen niet meer terugkwamen.
De rest van Sok kwam in beweging toen een loeiend metalen ding onder de kast heen en weer schoof. Sok schoof mee. Ze kwam met allerlei andere dingen weer in het daglicht terecht, maar stoffig als ze was, werd ze niet herkend. Zo kwam ze terecht in de vuilnisbak.
“Zo herinner ik me de wasmand niet,” dacht Sok. Eigenlijk herinnerde ze zich de wasmand nauwelijks. “Maar zoals hier was het er niet,” besloot ze.
Ook Sok had nog maar een vage herinnering aan de wasmand. Aangezien hij alleen was, werd hij niet meer uit de la gehaald. Hij zag vele sokken komen en gaan, maar zijn Sok was er niet bij.
Op een dag werd hij toch tevoorschijn gehaald. Maar niet om gedragen te worden. Sok voelde hoe metaal door hem heen sneed. En toen zat hij ineens aan een kinderhand. Zijn teen was gespleten en de kinderhand opende en sloot de spleet. Sok ging mee in een jaszak.
Vele dagen werd Sok over de kinderhand geschoven en werd de spleet die het metaal in hem gemaakt had geopend en gesloten. Soms was het geen kinderhand die dat deed, maar een volwassen hand. Sok wende er aan, dat er geen wasmachine meer kwam en vergat het ding helemaal. Eigenlijk vergat Sok alles van zijn vorige leven. Alles, behalve Sok. Als hij tussen het speelgoed lag, droomde Sok van een sokrolletje zijn met Sok.
En Sok droomde hetzelfde, ergens buiten, tussen van alles en nog wat; rommel, vuilnis, rokende, smeulende hopen en Sok ergens daarin. Eenzaam droomde Sok van een sokrolletje zijn met Sok.
Toen Sok al heel lang niet meer tussen het andere speelgoed vandaan gehaald was, kwam ook hij tussen de rommel en daarna op de smeulende hopen.
Het zou een mooi slot geweest zijn, wanneer Sok en Sok elkaar daar weer gevonden zouden hebben. Maar helaas, Sok was al verdwenen in de oven. En uiteindelijk kwam ook Sok daar terecht. Elk op een andere dag werden ze verbrand.
Zo eindigt het verhaal van Sok en Sok, die veel te vroeg gescheiden werden. Maar misschien, heel misschien, bestaat er ook voor sokken een volgend leven…
Copyright © Marjolein Mattaar

